Het gouden ei
Recentie
idk

Recentie 150 woorden
(Wat vond je van het boeok en hoeveel sterren je het geeft)
De kop van je recentie vat je ordeel samen
alles behalve recentie 1000-1500 woorden
Samenvatting
Vat de reeks samenvattende gebeurtenissen samen
Wie is de hooofdpersoon en welk doel heeft hij of zij
en wie zijn zijn/haar helpers en tegenstanders
Middelen, karaktereigenschappen of omstandigheden kunnen helpers of tegenstanders zijn
Vat alle verhaallijnen samen als die er zijn
Setting
De gebeurtenissen vinden ergens plaats
en in een bepaalde tijd
Vertelwijze
Verteldijd is de tijd die nodig is om te lezen
De vertelde tijd is de tijd die de gebeurtenissen in hun chronologische samenhang duren (tijd in het verhaal)
Er is sprake van versnelling als de vertelde tijd groter is dan de verteltijd
Er is sprake vertragins als dit andersom is
Niet chronologische verhalen hebben flashbacks en flashforwards en dergelijk
Een terugblik is een korte verwijzing van hooguit een of twee zinnen nar water is gebeurd dus een flashback maar compacter
Hetzelfde geldt voor een vooruitblik (vaak verhoogt een vooruitblik de spanning)
Open plekken
plekkeen in het verhaal die vragen oprepen voor de lezer die je hopelijk later te weten krijgt
Perspectief
Wat voor verteller is er?
Auctoriale verteller
geen personage maar wél aanwezig
Personale verteller
niet merkbaar aanwezig, je volgt het baelangrijkste personage van het verhaal. Je bent alleen zeker van de gevoelens van dit personage
Ik-vertelinstantie
De verteller is een personage, je beleeft alles als de ik figuuur het vertelt
Motieven
Een motief is het terugkeren van situaties gevoelens voorwerpen of geluiden in het verhaal die een betekenis hebben. (herten Aleksandra)
Thema
Het woord waarmee je het onderwerp van een boek in een woord kunt aangeven. (trauma, groei, vriendschappen, ...)
Genre
Welke genre is het boek (zie literatuursyllabus)
Waar wijkt het van de traditionele genrekenmereen af
Auterusaanwijzingen
Aanwijzingen voor de betekenistoekenning van het verhaal (wat betekent het?, waarom dit?, ...)
Titel
Ondertitel (niet altijd van toepassing)
Motto (een citaat uit een ander werk) (niet altijd van toepassing)
Verbind de titel, ondertitel en het motto met het verhaal en/of de auteur.
Waargebeurde verhalen en intertekstualiteit (als van toepassing)
Hier wordt zeker naar gevraagd bij het literatuurexamen (als het van toepassing is)
Wat zijn de onderliggende verhalen en hoe worden ze in het verhaal bewert?


